Ontspullen 2017 week 3

25/1 maskers

Afgelopen dagen kwam ik het steeds weer tegen in gesprekken en in boeken. Mensen die een masker dragen. De kunst van het licht leven is dicht bij jezelf te blijven. Dat is niet eenvoudig begrijp ik. Het lijkt makkelijker je achter sociale of emotionele maskers te verschuilen. Ik weet niet of je je wel eens letterlijk achter zo’n stijf dik papieren masker verstopt hebt? Ik kan je vertellen dat dit geen pretje is. Het voelt hoogst ongemakkelijk en erg flexibel is het ook niet. En kijk je toevallig in de spiegel, dan weet je dit is geen leuk grapje.

Volgens mij geldt voor niet-letterlijke maskers hetzelfde. De veiligheid die je voelt, is schijnveiligheid. Comfortabel is het geenszins. Trouwens comfort mondt regelmatig uit tot ontevredenheid. Zit het leven een beetje tegen dan zie je veel eerder wat goed is. Dan weet je het verschil op de juiste waarde te schatten en waardeer je wat zo vanzelfsprekend lijkt.

Die maskers kun je maar beter laten vallen. Dat maakt het leven een stuk duidelijker. Het schept ruimte voor bewust kiezen. Wat past bij mij en wat niet? Wat vind ik lastig en wat gaat me goed af? Zelfkennis en zelfacceptatie horen bij elkaar. Bewaar de maskers maar voor de carnaval, en wees niet bang om je ware gezicht te laten zien. Kijk er naar in de spiegel en zeg tegen je zelf: ik houd van mij. En voelt dat gek, ga dan net zolang door tot je jezelf serieus neemt en je jezelf lief vindt.

Wie zichzelf serieus neemt en de moeite waard vindt, krijgt daar veel voor terug. Vrijheid van binnen. Kracht die je uitstraalt en waar andere straaltjes van opvangen. Wees je eigen zon en straal. Een filter is niet nodig. Jouw straling doet alleen maar goed. Maskers heb ik niet in huis, dus die gaan niet weg, wel heb ik veel glaswerk. Helder glas dat zo dicht op elkaar gestapeld staat dat het ten koste gaat van de doorzichtigheid. 21 Glazen gaan in een doos om weggebracht te worden.

Erica Plomp-den Uyl

 

24/1 de mier

Mieren lijken op mensen. Ze zijn altijd druk in de weer en bezig. Maar mieren hebben elk een eigen taak. Daarin verschillen ze van mensen. Jarenlang was ik trots op mijn multitasking. Dat zag ik als een toegevoegde waarde van mijn toch al druk gevulde leven. Inmiddels zie ik het als een tricky puntje. Het kan als uitzondering voor even, maar behoort niet langer tot het standaard protocol.

De rollen die mensen hebben zijn heel divers. Onze rollen overlappen elkaar. Een leuke uitdaging om in het kader van ontspullen ook je bezigheden eens onder de loep te nemen? Zou het lukken om met een ding te gelijk te bezig te zijn zoals die mier? Best wel lastig. Ik lees graag de krant, terwijl ik eet. En dan staat de radio ook nog aan. Elke dag begint met een vast triootje.
Een beetje grijze muisachtig is dat wel. Elke dag hetzelfde patroon en zo vastgeroest zitten in de dagelijkse routine dat ik ongeduldig wordt als de stroom uitvalt en er geen krant en radio beschikbaar zijn.

Morgenochtend ga ik het uitproberen; om te eten als ik eet, te lezen als ik lees en te luisteren als ik luister. Ik ben benieuwd hoe me dat bevalt als bezige bij. Wie weet welke mooie dromen van geluk, vrede en recht naar boven vlinderen? Ik laat me verrassen.
Dat ik op de mier kwam, heeft alles te maken met wat er vandaag weg gaat; 20 Landlevens.

Erica Plomp-den Uyl

 

23/1 Afrika

Soms zijn er van die dagen dat je zelf voor de vrolijkheid moet zorgen. Na een week binnen en op bed gelegen te hebben, vandaag weer voor het eerst op de fiets. Het is grauw en grijs en nul graden. Vorige week keek ik vanuit mijn bed naar wit gerijpte bomen en een zag ik een blauwe lucht. Ik zag uit naar het moment om iets van de zon op mijn gezicht te voelen.

Als de zon buiten niet schijnt, dan maar op zoek hoe je die zon binnen in jezelf kunt aansteken. Het helpt om de kapper te bellen voor een afspraak en een leuke blouse voor mezelf te kopen voor de helft van de helft. En die is echt leuk. Het is aan twee kanten te dragen. Daar houd ik wel van ’s morgens weg gaan met de zwart witte ballen kant en ’s avonds thuis komen in de kleurrijke versie. Maar goed dat is allemaal uiterlijkheid. Soms voel ik ook gêne. Ontspullen is zo’n luxe aangelegenheid dat het eigenlijk gênant is. Vluchtelingen laten me zien hoe anders het leven er ook kan uitzien. Valt er een bom op je huis, dan heb je niets meer. Dat is definitief ontspullen van al je bezittingen.

En wat zou ik doen als dat hier gebeurde? Ik ging ook weg op zoek naar een veilige plek. Je hebt geen keus. Wie van het leven houdt, gaat. Oorlog maakt alles kapot. Maar oorlog begint nooit zomaar. Daar gaan jaren van indoctrinatie aan vooraf door ophitsen en vijanddenken. Ik hoopte dat we het zondebokmechanisme achter ons konden laten. Helaas. Het is springlevend.

Toen de Europeanen een paar eeuwen geleden in Afrika kwamen, zagen ze daar mensen die daar al generaties woonden. Onder de vlag van het geloof werden die landen ingepikt en de grondstoffen eigenden we ons toe. Inmiddels zijn de Afrikaanse landen zelfstandig. En dan blijkt dat corruptie en belangenverstrengeling zowel een witte als een zwarte versie kent. Met gevolg nieuwe vormen van slavernij. En dat willen die jonge donkere jongens niet. Die willen de welvaart van ons paradijs, waar huizen zo vol zijn dat er wel 500 dingen weg kunnen. Dat ze komen vind ik geen probleem, wat ik wel een groot probleem vind, zijn de mensensmokkelaars. Hoeveel gelukzoekers moeten nu na een dagje ‘werken’ hun verdienste afgeven, omdat de smokkelaar nog geld wil. Terug kan niet. Maar hoe kun je met zo’n valse start je achtergebleven familie onderhouden? Ga je weg omdat je zo’n slavenbestaan hebt en word je het in Europa opnieuw. Heel wat gelukszoekers belanden in de criminaliteit of worden afhankelijk van drugs. Weg vrijheid, weg geluk. Maar kregen ze wel een kans?

Ik hoop dat ze hun eigen zonnekracht blijven koesteren in een land waar de zon niet dagelijks schijnt. Ik hoop dat ze de zon ontmoeten in mensen onderweg. Mensen die geloven dat liefde universeel en grenzeloos is en de aarde van ons allemaal. Gewoon mensen zoals jij en ik. 19 Kledingstukken gingen vandaag naar het Leger des Heils.

Erica Plomp-den Uyl

 22/1 de stilte spreekt

Een straatbeeld op zondagmorgen: het is stil op straat. Enkele mensen gaan naar de kerk en een groepje mannen naar het sportveld. De rest slaapt uit of doet thuis dingen die door de weeks zijn blijven liggen. Tieners van nu kunnen zich niet voorstellen dat toen ik tiener was het juist om deze tijd druk was op straat. Massaal trok men naar de eigen kerk. Het was de opleving van het geloof na de tweede wereldoorlog. Midden jaren zeventig begon het kerkbezoek weer af te nemen. Een trend die zich tot op vandaag voortzet. Toch bezoeken veel Nederlanders in de vakantie een kerk. Ze gaan er binnen om de stilte te ervaren en even tot rust te komen. Of steken een kaarsje aan voor een dierbare.

In de Middeleeuwen had de kerk een veel bredere functie. Het was godshuis en marktplaats te gelijk. Een plek waar je niet met lege handen vandaan ging. Hoewel op veel plaatsen de kerk op zondag maar half gevuld is, blijft de kerntaak van de kerk door de eeuwen heen dezelfde. Ze vertaalt de woorden van de Levende in eigen tijd en leven. Dat kun je als voorganger en gelovige niet alleen. Daar heb je de ander bij nodig. Een groep mensen die zich wil verdiepen en bezinnen. Mensen die de tijd nemen voor de groei van de eigen spiritualiteit. Dat kan op elke dag van de week. Kernwoorden voor een levende geloofsgemeenschap zijn passie en betrokkenheid.

De verhalen uit de bijbel blijven me inspireren. Het zijn stukjes tekst van heel vroeger die me helpen om vandaag mens te zijn. De ene keer word ik getroost, de andere keer bemoedigd en een volgende keer uitgedaagd. Dat oude boek vol ervaringen leert me ook genieten van alles wat mooi en goed is. Ondanks verdriet en ziekte of haat, is er ook liefde en bloeit de hamamelis en de krokus. Buiten hoor ik de merels een begin maken met afbakenen van hun territorium. Ze houden een pleidooi voor leven. Hoe stiller ik ben, hoe beter ik ze hoor en me verwonder.
De lokroep om het leven te vieren, resulteert in een doos vol soepkommen, bekers en eierdoppen. Pas als de doos vol zit, gaat de deksel dicht. Teveel om te tellen, maar ik noteer 18 aardewerk spullen.

 Erica Plomp-den Uyl

 21/1 The limit

De Zweedse minister voor consumentenzaken vindt dat het afgelopen moet zijn met onze koopgekte las ik gisteren in Trouw. De reden? Het is onhoudbaar. Grondstoffen raken op, broeikasgassen worden de lucht in gepompt, water verspild. Hoogste tijd om het anders te doen. Of zo kun je het ook zeggen, doe het zoals 50 jaar geleden. Repareer wat stuk is. Om de daad bij het woord te voegen is de belasting over reparaties gehalveerd. Herstelwerk krijgt hernieuwd aanzien. Ook Ikea blijft niet achter. Ze gaan workshops aanbieden hoe je meubels kunt opknappen of opkalefateren. Willen hun winkels kunnen blijven voortbestaan dan is een circulaire economie noodzakelijk. Want vroeg of laat zijn ze door hun materiaal heen. Niet the sky is the limit; the earth is the limit for all of us.

Spullen hebben de meesten van ons genoeg. Wie dichtbij huis zijn wasmachine of kleding laat repareren, belast het milieu niet. Kleine klussen worden weer rendabel voor de fietsenmaker. Vorige maand begaf mijn wasmachine het. Het was een oud apparaat. Ik heb bij een installatiebedrijf geprobeerd of het te repareren was. Nee, te duur. Voor iets meer geld had ik een nieuwe die ook nog zuiniger was. Wat gebeurt er met al die onderdelen?

Minder is meer is geen grapje. Het is pure noodzaak. Hoe zat dat in de jaren 80? Ik had minder spullen dan nu. Maar verlangde ik toen naar meer? Was ik toen ongelukkig of ontevreden? Nee, nooit. En toch ging ik mee met de welvaartsgroei. Mee met de stroom die ons allemaal meesleurde. Hoewel ik mee deed en doe, is bezit altijd ondergeschikt geweest aan menselijk contact. Geluk zit van binnen en in de verbinding die je kunt maken met alles om je heen. Geluk zit in kunst en muziek. Is je hart vol van één van die muzen, dan is de behoefte aan spullen veel kleiner. Voor alle duidelijkheid. Met muze bedoel ik niet een vrouw die de scheppingsdrang van een kunstenaar aanwakkert. Het zijn de 9 godinnen van kunst en wetenschap uit de Griekse mythologie. Laat je inspireren door deze schone vrouwen, dan blijven spullen de omlijsting van wat er echt toe doet. Met een blij hart neem ik afscheid van 17 delen boerenbont.

Erica Plomp-den Uyl

20/1 grenzen

Vanmorgen doe ik de deur van de eetkamer open en wat zie ik? De hele tafel ligt bezaaid met groepjes postzegels op briefpapier. Elk groepje is een land. Heeft het ontspullen virus ook Gert aangestoken? Niet echt, blijkt als ik voorstel de grote stapel Canada weg te doen. Geen sprake van die zijn te mooi. Het kan toch niet waar zijn dat hij al die postzegels gaat afgeweken? Na onderhandelen mag Oostenrijk weg. We zijn er nooit geweest. Jaren een bewuste keuze vanwege een bondspresident met oorlogsverleden dat niet verenigbaar is met zo’n positie. Bovendien heb ik niets met jodelen en korte leren herenbroekjes. Wij kiezen voor Zwitserland een land waar ik me meer op mijn gemak voel.

Toch waren we bijna in Oostenrijk geweest vanwege onze liefde voor de Jugendstil of art nouveau. Na een week Praag en een week platteland zou de reis naar Wenen gaan. Het werk van Mucha hadden we al bewonderd, nu nog genieten Klimt. In de tijd waren er nog niet zoveel toeristen in Tsjechië Het leven was relaxed en mensen super vriendelijk en gastvrij. We hadden niets geboekt. Dat was ook niet nodig. We sliepen op de meest uiteenlopende plaatsten. Soms tussen lakens waar je tenen door de gaten staken, soms in het bed van de bewoners en sliepen zij of hun kinderen op de grond. Maar waar je ook kwam en bij wie je ook at, altijd was je welkom. De spreuk die bij dat mooie land hoort is: een gast in huis, is God in huis. En dat ervoeren wij steeds weer.

Het enige verwarrende was dat wanneer je auto in een stad parkeerde, er voor jij je boodschappen in de achterbak kon doen, er uit het niets kleine vingervlugge handjes kwamen die er wat uit wilde halen. Bij de eerste keer haal je je schouders op. Maar het gebeurt vaker. Als uitgehongerde hondjes zoeken ze in de auto naar voedsel. Zo kan het niet langer. Al ga je als kind niet uit jezelf op dieventocht. We besluiten daar beleid op te maken. Alles van waarde gaat onderop. De paspoorten verstoppen we zo goed, dat we ze 2 weken later bij de Oostenrijkse grens niet kunnen vinden. En echt probleem. Rijbewijzen blijken waardeloos. Wie zegt dat die kinderen op de achterbank van ons zijn? We komen het land niet in. Geen discussie of gesprek mogelijk. Kunnen we geen briefje krijgen waarin staat dat we ons binnen 24 uur bij de ambassade in Wenen moeten melden? Uitgesloten. Zoeken naar oplossingen, ho maar. Het hek blijft dicht, ook al is het al avond.
De grens overgaan van Oost naar West Europa is geen pretje, maar deze mannen stralen nog meer hardheid uit. We moeten terug naar Praag, honderden kilometers terugrijden naar de Nederlandse ambassade. Men helpt ons geweldig en daarna bezoeken we een week lang prachtige kleine musea met werk van Mucha. We worden bedankt voor onze interesse in hun grote kunstenaar. Met een voorlopig paspoort komen we in Nederland en vinden bij het uitpakken de paspoorten onder de stoelzitting. Vandaag gaan er 16 reisgidsen en kaarten weg. Niet van Oostenrijk, want die zijn hier niet meer in huis. Grenzen die niet open gaan, is vandaag dagelijks nieuws. Angst maakt zoveel stuk. Vandaag zag ik de toespraak van Trump. Een multimiljonair die president kon worden door de gewone man te gebruiken ter meerdere glorie van zichzelf. Ik zou hem die Tsjechische spreuk toe willen sturen; een gast in huis, is God in huis. En de kans dat die gast illegaal is, wordt steeds groter door grenzen die dichtgaan

Erica Plomp-den Uyl

 

19/1 Wijsheid van tieners

Na 70 uur op bed is het tijd voor wat anders. Het weg doen van de eerste postzegels eergisteren was een noodgreep. Ze lagen voor het oprapen. Dagelijks gaat er een voorwerp meer weg. Zo zijn de spelregels, die ik me vrijwillig opleg om rust in mijn hoofd te krijgen. Het gekke is dat als je zolang in bed ligt, het helemaal niet rustig wordt. Ik denk terug aan hoe ik 25 jaar geleden doodziek in de woonkamer lag, niet wetend of herstel haalbaar was. Voor mij was die onzekerheid niet zo’n probleem. Ik was te moe om me over wat dan ook zorgen te maken. Het enige waar ik me zorgen over maakte was mijn moeder. Per week zag ik haar magerder worden. In juni zouden ze 40 jaar getrouwd zijn. Voor ik in december ziek werd, hadden ze grootse plannen. Alleen bleef het bij plannen.

Zij waren op bezoek toen de internist ‘s avonds vertelde wat er mis was met mijn lichaam. Dat was schrikken voor iedereen. Het zou nog weken duren we de boosdoener ontdekte; zijn medicatie. Wat kalknagels had moeten oplossen, liet levercellen afsterven. De arts was heel open. Zo wist ik dat de lever, zelfs als de helft weg is, in sommige gevallen kan herstellen. Mensen die in een Jappenkamp gezeten hadden, zijn daar het bewijs van. Het middel is nog dat jaar uit de handel gehaald zonder dat ik schadevergoeding vroeg of er iemand voor aansprakelijk stelde. Ik had gewoon pech. Mensen die altijd geld ruiken, vinden me dom. Met hun ongevraagd advies verwachten ze dat ik ze om de hals vlieg van dankbaarheid. Nee, de ontreddering en bewogenheid van de arts die mij het middel voorschreef was genoeg. Het vrat ook aan hem, daar hoefde ik niet nog een schepje bovenop te doen. Ik ging voor herstel; Insjallah.

Maar goed dat feest van mijn ouders moest wel geregeld worden, terwijl we niet wisten of ik daarbij zou zijn. Gelukkig kon ik mijn ouders laten inzien dat het mij vooraf plezier zou geven als ze dingen vastlegden. Juni was nog zo ver weg. En ze regelden het en ik was er bij; broodmager en fragiel. Maar ik was er. Als ik zoals nu een paar dagen zonder energie op bed ligt, denk ik terug aan die periode. Ik ben goed hersteld, al zijn er dingen veranderd. Voor het eerst moest ik me echt inspannen om te studeren. Voor ik ziek werd was de opzet voor de eindscriptie klaar. Het duurde 2 jaar voor ik de draad weer kon oppakken. Dat is lang en het maakt me onzeker over wat ik wel en niet aan kan.

Mijn kinderen hebben me daar als jonge pubers bij geholpen. Roeland vroeg op een middag toen hij uit school kwam wat we de hulp betaalden. Ik noemde het bedrag. Hij wilde dat wel overnemen. Zélfs voor ietsje minder. Hij was namelijk als dertienjarige niet tevreden over deze dame. Zijn kamer was niet schoon. Hij kon het beter. Voor een baantje was hij nog te jong en thuis lag het werk voor het oprapen. De hulp kreeg ontslag en Roeland deed wanneer het hem uitkwam het huishouden. Zo was de afspraak en dat ging uitstekend. Maar het mooiste was dat toen het bed na maanden de kamer uitging hij de stofzuiger niet meer aangeraakt heeft.

Annemarie moedigde me aan, toen ik na 2 jaar mijn scriptie GOD, HOE BESTAAT HET?! oppakte, te solliciteren op een baantje van drie uur in de week. Ik kreeg de baan en werkte geleidelijk meer. Later kon ik zelfs fulltime werken. Kunnen werken is een geschenk. In mijn werk als pastor hebben deze en andere ervaringen me ontvankelijker gemaakt voor de kwetsbaarheid van mensenlevens Maar ook voor de kracht van daarvan. Terwijl ik voor het raam op mijn bed lag, schreef Okke Jager: De krokus wijst beton zijn grens. Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.
Het mooie van die krokus is haar stralende kleurrijke bloei. Zij viert het leven. En ik ga proberen of dat vieren nog beter lukt met minder. Dus opnieuw postzegels; 15 stuks. Het is wat flauw, maar voor iets uit de kast halen is vandaag geen energie. Nu hoef ik alleen Gert te vragen om even naar boven te lopen. En dat doet hij gewoon. Hij is er altijd als het nodig is voor mij.

Erica Plomp-den Uyl